Sluipmoordenaar

Brandy, mijn beste vriendin. Ik was elf jaar, bijna twaalf toen ik haar met 3 weken meenam naar huis. Ik hoorde via een vriendin dat er een man was die katjes in een lade van een kast had, in verband met de allergie van zijn vrouw. We hadden al meerdere katten, maar ik kon het niet laten om een kijkje te nemen. Ik belde aan en zei: ik hoorde dat u katjes weg doet. En jawel, hij trok meteen de lade open en legde haar zo in mijn hand. ‘Veel plezier ermee, ze is nu van jou.’ Ik schrok dat ze in een lade zat, maar blij dat ik was. Ze was zo klein.. een mini kitten met allemaal vlekjes. Net een koe. Mijn moeder vond het niet bepaald leuk, maar zag hoe blij ik was en vond haar ook wel heel aandoenlijk. Ik moest haar op mijn kamer houden omdat we honden en andere katten hadden. Weken lang heb ik haar kattenmelk gegeven omdat ze te klein was. Doordat ik haar alleen maar op mijn kamer had, was ik zowat de enige die ze zag. Na een tijdje mocht ze kennis maken met de rest van de club. Hierdoor is ze ontzettend afhankelijk van mij en volgt ze me overal naar toe. Als ik ga plassen, zit ze op mijn schoot. Als ik ga slapen, ligt ze op mijn rug. Als ik terug kom van boodschappen doen, dan wacht ze mij op bij de trap om me weer te verwelkomen. 

Toen we eenmaal gingen verhuizen is ze twee keer, drie weken van huis geweest. Ik dacht meteen dat ze dood zou gaan. Zoveel verdriet en angst, ik kon alleen maar huilen. Na drie weken werd ik gebeld om 0:00 ’s nachts dat mijn kat gevonden was. Een paar jongens kwamen haar terugbrengen, ze liep gewoon met hun mee. 

Toen ik eenmaal in september 2015 op mijzelf ging wonen, kreeg ze een week voor de verhuizing een hersenbloeding. Mijn wereld stortte in. Ik belde de dierenarts en kon niet normaal praten. Het enige wat ik kon zeggen: het gaat echt niet goed, ze gaat dood. Deze zin heeft echt 3 min geduurd. Ik mocht meteen langskomen. De heenweg naar de dierenarts was ik aan het hyperventileren. Ze kreeg antibiotica mee en vier dagen later at ze niet meer. Ze kon niet lopen en kreeg sondevoeding. Ik ben zes keer in drie weken met haar op controle geweest. Honderden euro’s armer en nog ging het niet zoals het moest. Een dag moest ze de hele dag blijven, want ze dachten dat ze dood ging. Wonder boven wonder werd ik gebeld dat ik haar in de avond weer kon halen. Een week later was ik haar ineens kwijt en heb ik het hele huis afgezocht. Ze was in de kast gaan liggen. Ze wou niet meer. Dat heb ik niet toegelaten en haalde haar uit de kast. Beetje bij beetje knapte ze weer op. Heel lang liep ze scheef en viel ze keihard om. Best triest als dat gebeurde.. 

Eenmaal weer de oude, is ze nu wel dement geworden. Ze is gedesoriënteerd, onrustig, miauwt de hele dag en nacht. Net alsof ze om hulp schreeuwt. Niets helpt. Haar gemiauw maakt mij echt paranoïde. Dit alles vind ik ontzettend moeilijk. Ze is verder nog steeds blij, eet en drinkt, en ze is lichamelijk in orde. Ik weet dat er een dag komt dat ze er niet meer zal zijn. Het klinkt misschien raar, maar ik bereid mij mentaal al jaren op deze situatie voor. Ondanks dat ik weet dat dit niet helpt, want het verdriet zal hetzelfde zijn. Het is een angst die ik heb. 

Ze is er altijd geweest toen ik boos of verdrietig was. Ze was er toen mijn oma en biologische vader overleed. Ze was er op de momenten dat ik mij alleen voelde en mijn relatie na 5 jaar uitging. Ze is er nog steeds vandaag de dag en zorgt ervoor dat ik mij iets minder alleen voel.

Het is inmiddels kwart voor 3 ’s nachts en ik moet morgen weer vroeg op om te gaan werken. Haar gemiauw en onrust zorgen ervoor dat ik niet kan slapen. Ondanks de haat-liefde houding die ik nu met haar heb, stort mijn wereld in zodra ze er niet meer is. 

6 Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *